Jan Verheyen, leidinggevend priester van de PE Mozes

 

Ik ben Jan Verheyen uit Lier. Hoewel geboren in Mortsel toch een rasechte Lierenaar. Mijn ouders zijn van Lier afkomstig, mijn voorouders ... tot 1730 zijn ze allemaal in Lier geboren. Mijn ouders waren gelovige, kerkgaande mensen, actief in het parochiale verenigingsleven (KWB en KAV, later bij KBG). Mijn vader ging, voordat hij naar ‘de Gevaert’ vertrok, elke dag naar de eucharistie en ik ging mee en mocht al de mis dienen, ook al had ik mijn eerste communie nog niet gedaan. En op zondag zong mijn vader in het kerkkoor bij de dominicanen. Die band met de paters en hun missies in Congo heb ik altijd heel boeiend gevonden.

Van mijn 6 jaar was ik in de KSA op het Sint-Gummaruscollege en dat tot mijn 16 jaar. Het contact met de priesters op het college was heel goed, ook later, na mijn collegetijd. Op mijn 16 vroeg de onderpastoor van de parochie op ‘t Lisp of ik leider wilde worden in de Chiro, want daar was een tekort. De overstap van KSA naar Chiro werd gemaakt en daar doorliep ik een blitzcarrière: groepsleider, gewestleider van Lier, verbondsleider van Mechelen, nationale leiding ... om door te groeien tot volwassen begeleider, later proost.

En ondertussen … toch het seminarie begonnen: het centrum voor priesteropleiding op rijpere leeftijd (CPRL) in Antwerpen. Na mijn studies filosofie werd ik leraar aan het Sint-Jan Berchmanscollege te Westmalle. Dat werken met jongeren heeft mij altijd aangesproken. In de week was ik op het college, tijdens het weekend op het seminarie, de laatste twee jaren vanaf donderdagmorgen. Na mijn priesterwijding in 1979 werd ik benoemd tot leraar aan het Onze-Lieve-Vrouw van Lourdescollege in Edegem. Ik werd er ook proost van de KSA. Elke vakantie was ik wel ergens op kamp: met KSA, Chiro, CM-Jeugdkampen. In 1983 werd ik benoemd tot ACW-proost in het arrondissement Mechelen, verzorgde de christelijke animatie in alle geledingen van de beweging (ACV en CM, KWB en KAV, Ziekenzorg, KBG en KLJ en al wat er bij kwam kijken). Een druk leven, overal naartoe voor bezinningen, vieringen, veel vergaderen. Ondertussen ook nog een dag per week padre (aalmoezenier) bij de marine in Kallo. Ik heb het allemaal graag gedaan.

Uiteindelijk, in 1990, werd ik pastoor in Lier. Een kleine parochie die wakker schoot, zes jaar later de Sint-Gummarusparochie erbij, in 2000 het Begijnhof, in 2001 deken van Lier. Een aantal jaren later werden de dekenaten omgevormd tot federaties en werd ik federatiecoördinator van Lier, wat ik tot hiertoe nog altijd ben. Wel kwamen er 9 jaar geleden nog twee parochies bij. En sinds begin dit jaar heb ik ook de drie andere Lierse parochies bijgekregen en ben ik de enige parochiepriester voor acht kerken en twee kapellen. Met daarnaast vieringen in twee woonzorgcentra en geestelijke bijstand aan patiënten in het Heilig Hartziekenhuis. Maar sinds een aantal jaren ben ik dus ook deken van Kempen-West. In die hoedanigheid werd ik ook de leidinggevende priester van de PE Mozes. Ik probeer goede contacten te hebben met het Pastoraal Eenheidsteam, hoewel ik er door omstandigheden te weinig aanwezig ben (maar wel goed contact met Gerry, de bruggenbouwer). En ondertussen ook mee vorm geven aan de Pastorale Eenheid Lier waar ik lid ben van de stuurgroep en de leiding heb van de werkgroep Liturgie en Gebed.

Mijn taken als priester zijn zeer uiteenlopend. Allemaal boeiende dingen waar ik vreugde aan beleef, ook respect en dankbaarheid mag ondervinden, tegelijk de pijn dat ik toch nog veel te weinig tijd kan vrijmaken voor mensen. Ook de vriendschappen uit vroegere jaren lijden er sterk onder. Veel tijd voor vakantie heb ik niet, gewoon een midweek in juni naar de Ardennen, gaan stappen in mijn eentje als een soort retraite. Tijd om na te denken over mijn werk, over de Kerk en de stille rust opzoeken van een open kerkje in een dorp en daar mijn rozenkrans bidden.

Gelukkig zijn er heel wat mensen die mee aan de kar trekken. Wie denkt dat de Kerk omzeggens dood is, vergist zich. Dat ze anders is dan vroeger, is duidelijk. Ik was reeds actief in de Kerk als jonge snaak vóór en tijdens het Concilie (Vaticanum II), heb dus heel veel weten veranderen, zowel uiterlijk als qua inhoud. En ik heb me daar altijd goed in gevoeld. Elke tijd heeft zijn mooie momenten.

En dat geldt nu ook voor een Pastorale Eenheid. Niet elke parochie kon nog alles aan, het personeelsbestand is verkleind, maar heel veel mensen zetten hun schouders onder de Kerk. Wel ben ik bezorgd dat het verenigingsleven, zo typisch voor de Vlaamse Kerk, te weinig trekkers gevonden krijgt en spoorloos verdwijnt. Ik ben altijd een verenigingsmens geweest, maar ik zie veel verdwijnen en heb niet de kracht of de tijd om er mee aan te sleutelen. Ik hoop dat een PE dat tekort kan invullen en dat er toch op bepaalde plekken bloeiende verenigingen mensen blijft samenbrengen en bezielen.

En dat geldt ook voor de Kerk in die PE. Niet alle parochies (plaatselijke geloofskernen) zullen overleven, er zullen er verdwijnen zoals er in de eerste helft van vorige eeuw heel wat parochies zijn bijgekomen. Schaalverkleining wordt weer schaalvergroting, maar belangrijk blijft de kwaliteit, van het samenkomen, het samen vieren, het samen dienen, het samen leven en samen geloven. Want uiteindelijk gaat het om ons geloof in die God die ons graag ziet, om zijn liefde die wij ter plaatse handen en voeten moeten geven in liturgie, in diaconie, in samen gemeenschap zijn.

Ik geloof er nog altijd in!